ECLI:NL:GHAMS:2022:1501
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in artikel 12 Sv-procedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. P.F.E. Geerlings, mr. N. van der Wijngaart en mr. D. Radder, die betrokken waren bij de behandeling van zijn artikel 12 Sv Pro-procedure. De procedure betrof een klaagschrift tegen het niet vervolgen van politiepersoneel wegens vermeend plichtsverzuim en integriteitsschendingen in een strafzaak waarin verzoeker ernstig letsel opliep.
De wrakingskamer behandelde het verzoek en concludeerde dat de aangevoerde gronden, waaronder vermeende vooringenomenheid, het niet mogen reageren op de advocaat-generaal en de afwijzing van een aanhoudingsverzoek, onvoldoende waren om het wrakingsverzoek gegrond te verklaren. De kamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen.
De wrakingskamer overwoog dat de procedurele beslissingen in het kader van de artikel 12 Sv Pro-procedure, zoals het niet toestaan van een reactie op de advocaat-generaal, niet onbegrijpelijk of vooringenomen waren. Ook het afwijzen van het aanhoudingsverzoek was gerechtvaardigd. De kamer concludeerde dat geen objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid bestonden en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.