ECLI:NL:GHAMS:2022:1470
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- G.C. Boot
- M.S.A. Vegter
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerking na betalingsstop en onrechtmatige klantenbenadering afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen [X] B.V., een groothandelaar in kleding, en de Franse kledingproducent Kookai S.A.S. [X] stopte met betaling van facturen voor geleverde kleding, waarop Kookai de leveringen staakte en de duurovereenkomst beëindigde. [X] vorderde een schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van een opzegtermijn en het benaderen van haar klanten door Kookai.
De rechtbank wees de tegenvordering van [X] af en dit vonnis werd in hoger beroep bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de samenwerking tussen partijen als een duurovereenkomst moet worden beschouwd die opzegbaar is, maar dat Kookai gerechtvaardigd was de overeenkomst te beëindigen vanwege de betalingsweigering van [X]. De opzegtermijn was in dat kader irrelevant omdat [X] vooraf duidelijk maakte niet te zullen betalen.
Ook het verwijt dat Kookai klanten van [X] onrechtmatig zou hebben benaderd, werd afgewezen. Het hof stelde vast dat deze klanten al lang rechtstreeks zaken deden met Kookai en dat het herstellen van deze relaties na beëindiging van de samenwerking niet onrechtmatig was. De vorderingen van [X] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van [X] af, waarbij Kookai gerechtigd was de samenwerking te beëindigen vanwege betalingsweigering.