ECLI:NL:GHAMS:2022:1360
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning adoptie van Congolese kinderen wegens ontbreken beginseltoestemming
Verzoekers, gehuwd en burgers van Congo, hebben in Nederland woonachtig een verzoek ingediend tot erkenning van de adoptie van drie kinderen geboren in de Democratische Republiek Congo (DRC). De adoptie is volgens Congolees recht tot stand gekomen, maar DRC is geen partij bij het Haags Adoptieverdrag 1993. De rechtbank wees het verzoek af vanwege het ontbreken van de vereiste beginseltoestemming van de Minister van Justitie en Veiligheid zoals voorgeschreven in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka).
In hoger beroep bevestigt het hof dat erkenning van de adoptie niet mogelijk is zonder deze beginseltoestemming, en dat de uitzonderingen op deze regel niet van toepassing zijn. Verzoekers konden onvoldoende onderbouwen dat afwijzing het belang van de kinderen ernstig zou schaden. Hoewel de kinderen in DRC wonen en verzoekers op afstand een ouderrol vervullen, is niet gebleken dat de situatie uitzonderlijk is.
Het hof overweegt ook dat de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden geen onderzoek kan verrichten in DRC vanwege gebrek aan bevoegdheid. Het subsidiaire verzoek om een voorlichtingsrapportage wordt daarom eveneens afgewezen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot erkenning van de adoptie af wegens het ontbreken van de vereiste beginseltoestemming.