ECLI:NL:GHAMS:2022:1
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer inzake klacht over nalatenschapsafwikkeling
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de notaris die betrokken was bij de afwikkeling van de nalatenschap van haar overleden partner. Zij verwijt de notaris onzorgvuldig handelen en het schenden van diverse verplichtingen, waaronder foutieve inschrijving in het boedelregister, het niet melden van mogelijke insolventie aan de kantonrechter, het nalaten van een boedelbeschrijving en het niet wijzen op risico's bij vereffening.
De kamer voor het notariaat verklaarde een deel van de klachten ongegrond en een ander deel niet-ontvankelijk wegens verjaring. Klaagster ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat haar procesrechtelijke belangen in eerste aanleg waren geschaad en dat de notaris gemaakte afspraken niet schriftelijk had vastgelegd.
Het hof oordeelde dat de notaris geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, omdat zij geen erfgenaam is en geen verplichting had tot het melden van insolventie of het opmaken van een boedelbeschrijving. De klachten over procedurele tekortkomingen in eerste aanleg behoefden geen bespreking omdat klaagster voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten kenbaar te maken.
De nieuwe klacht over het niet schriftelijk vastleggen van afspraken werd niet-ontvankelijk verklaard omdat nieuwe klachten in hoger beroep niet kunnen worden behandeld. Het hof bevestigde de bestreden beslissing van de kamer en wees de klachten af.
Uitkomst: Het hof verklaart de nieuwe klacht niet-ontvankelijk en bevestigt de eerdere beslissing dat de klachten ongegrond zijn.