ECLI:NL:GHAMS:2021:903
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens te late indiening appelschriftuur in hoger beroep poging woninginbraak
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen een vrijspraak door de politierechter in een zaak over poging tot woninginbraak, gepleegd in vereniging. De verdediging voerde een preliminair verweer aan dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de appelschriftuur niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep was ingediend.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de raadsman van de verdachte. Het hof constateerde dat het OM de appelschriftuur bijna vier maanden te laat had ingediend zonder geldige rechtvaardiging. De reden dat de officier van justitie de ontvangst van het mondeling gewezen vonnis wilde afwachten, vond het hof onvoldoende, mede omdat de redenen voor vrijspraak mondeling waren gegeven in aanwezigheid van het OM.
Het hof overwoog dat hoewel het belang van de strafzaak niet gering is, het belang van sanctionering van het verzuim zwaarder weegt dan het belang van het hoger beroep. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 maart 2021.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het te laat indienen van de appelschriftuur.