Uitspraak
mr. R.Q. Potter, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. S.C.M. van Thiel, kantoorhoudende te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
mrs. G.R.G. Driessenen
S.F. Melssen, kantoorhoudende te Rotterdam.
Het verloop van het geding
primair, maximaal 10 miljoen gewone aandelen en
subsidiair10 miljoen preferente aandelen met stemrecht en hogere rang dan de huidige cumulatief preferente aandelen, tegen een uitgiftekoers van in totaal € 3 miljoen, aan Enerfund, althans aan een derde, met uitsluiting van het voorkeursrecht van de overige aandeelhouders van Priogen Holding;
2 Inleiding en feiten
volledig worden terugbetaald, ingekocht en/of ingetrokken (inclusief agio, winstreserves en ten slotte aandelenkapitaal), met dien verstande dat enkel wordt ingekocht, ingetrokken en/of terugbetaald indien en voorzover (i) zulks wettelijk is toegestaan, en (ii) de Equity van de Vennootschap blijkens de Jaarrekening meer bedraagt dan EUR 10.000.000 (…), in welk geval enkel het bedrag boven EUR 10.000.000 voor inkoop, intrekking en/of terugbetaling wordt aangewend. Uiterlijk vijf (5) jaar na de Closing Datum zullen de Preferente Aandelen gehouden door Lamaro worden ingekocht indien en voor zover zulks wettelijk is toegestaan, maar ongeacht de binnen de Vennootschap aanwezige Equity als hiervoor bedoeld en ongeacht enige overige omstandigheden die van toepassing zijn op de Vennootschap. (…)”
Closing Datumzal bestaan uit twee personen en dat een raad van advies wordt ingesteld. Het reglement Raad van Advies houdt onder meer in dat de raad van advies zal bestaan uit een afgevaardigde van Enerfund, een afgevaardigde van Lamaro en een onafhankelijk lid, dat de raad van advies rekening moet houden met de belangen van alle stakeholders, waaronder nadrukkelijk ook Lamaro en dat de directie verplicht is de raad van advies tijdig in de gelegenheid te stellen een advies-besluit te nemen ten aanzien van wezenlijke besluiten, waaronder besluiten tot het vaststellen, wijzigen en goedkeuren van een business plan inclusief budget en besluiten tot investeringen die een bedrag van € 150.000 te boven gaan.
Reporting structuretoegezonden, waarin is opgenomen welke informatie op welk tijdstip zou worden verstrekt.
Priogen: Valuation and Cash Requirements’uitgebracht. In het rapport wordt op basis van door het bestuur van Priogen Holding aangedragen groeiratio’s geconcludeerd dat in 2018 een cashflow tekort zal ontstaan. In het rapport wordt uitgegaan van een groei van de omzet van 16% in 2019 en 12% in 2020.
De voorzitter[ [C] , onafhankelijk lid, OK]
en [D][door Enerfund afgevaardigd lid, OK]
adviseren en ondersteunen de volgende beloningsstructuur voor [A] :
2018: bonus € 200.000
2019: salaris € 270.000 + bonus 10% van EBITDA
2020: salaris € 320.000 + bonus 10% van EBITDA”
Guarantee Facility Letter. Op grond van de overeenkomst zal Zurich garanties verstrekken ten behoeve van handelspartners van Priogen Holding, zodat Priogen Holding aan die handelspartners zekerheid kan verschaffen voor (mogelijke) toekomstige verplichtingen.
Participations US’.
- storting van € 3 miljoen tegen uitgifte van gewone aandelen;
- verstrekking van
- overeenstemming over uittreding van de bestaande aandeelhouders zonder resterende vorderingen;
- overeenstemming met [A] over zijn toekomstige positie als bestuurder en aandeelhouder.
3 De bevindingen van de onderzoeker
Samenvatting en conclusies onderzoeker
Voor wat betreft de informatievoorziening in de onderzoeksperiode is uit onderzoek gebleken dat Lamaro informatie heeft ontvangen per dag, per maand en per kwartaal. Twee kwartaalrapportages zijn niet binnen de contractuele termijn van 6 weken verstuurd. Inhoudelijk voldeden de kwartaalrapportages aan de belangrijkste financiële eisen (balans, gedetailleerde winst- en verliesrekening, kasstroomoverzicht). Kwalitatieve toelichtingen werden in de Raad van Advies gegeven; Lamaro heeft die niet rechtstreeks ontvangen. De onderzoeker heeft een genuanceerde opvatting over de beweerde schending van het inzagerecht.
De Raad van Advies neemt adviesbesluiten over onderwerpen die gewoonlijk tot de bevoegdheid van een Raad van Commissarissen worden gerekend. De Raad van Advies fungeert in feite als een intern toezichtorgaan van Lamaro.
Besluitvorming over Amerikaanse activiteiten is op verschillende momenten voorgelegd aan de Raad van Advies en goedgekeurd.
De norm voor stopzetting van dividendbetaling heeft betrekking op het beweerde onvermogen van de onderneming om opeisbare schulden te voldoen. Het doel van het rapport van Duff&Phelps was doorrekening van groeiambities en hanteerde een andere norm. De continuïteit van Priogen is niet in het geding geweest.
De transactie tussen de aandeelhouders in 2015 is naar de mening van de onderzoeker voor Priogen een transactie zonder economische substantie geweest. De aandeelhouders hebben zichzelf gezamenlijk bevoordeeld ten koste van de vennootschap. De onderzoeker vraagt zich daarnaast af in hoeverre de transactie juridisch standhoudt.
Als gevolg van bovengenoemde transactie heeft Priogen een inkoopverplichting die niet als verplichting of als toelichting in de jaarrekeningen 2017 en 2018 is opgenomen ondanks de wettelijke verplichting op grond van art. 2: 381 lid 1 BW.”
4.De gronden van de beslissing in de zaak met nummer 200.287.560/01 OK
deleveragingof het beperken van de handelsmogelijkheden.
Het eerste deel van de transactie was de inkoop van eigen aandelen (eerste inkoop). De notariële akte van inkoop d.d. 31 december 2015 vermeldt onder andere:
Het eigen vermogen volgens de laatst vastgestelde balans, verminderd met de aankoopprijs van de aandelen (EUR 7,3 miljoen) is niet kleiner dan het geplaatste kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden (voorwaarde d).
(…)
collateralten behoeve van haar handelspartners. Daarnaast ligt het voor de hand dat Priogen Holding behoefte heeft aan kapitaal ten behoeve van investeringen en innovaties, die nodig zijn voor het bestendige succes van de onderneming. Priogen Holding had, voordat zij besloot mee te werken aan de 2015-transactie, moeten nagaan wat de consequenties van de aan de cumprefs verbonden verplichtingen waren voor het bestendige succes van de onderneming, in verschillende scenario’s. Dat geldt te meer omdat uit de documentatie van de transactie volgt dat, als het erop aankomt, de verplichting tot betaling van dividend op de cumprefs ten koste kan gaan van het bestendige succes van de onderneming. Zoals hierboven in 4.8 sub c en d is weergegeven kan het preferent dividend op de voet van artikel 2:216 lid 1 en Pro 2 BW worden opgeschort als Priogen Holding na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, maar dat biedt de onderneming weinig bescherming nu is overeengekomen dat Priogen Holding om het preferent dividend uit te keren zo nodig geld aan het handelskapitaal dient te onttrekken, bijvoorbeeld door
deleveragingof het beperken van de handelsmogelijkheden. Anders dan Lamaro heeft aangevoerd vormt de wettelijke begrenzing van de uitkeringen op de cumprefs en de inkoopverplichting op de voet van artikel 2:216 en Pro 2:207 BW dus geen adequate waarborg voor het belang van Priogen Holding bij het bestendig succes van haar onderneming. Daarbij is van belang dat de 2015-transactie Priogen Holding niet strekte tot financiering van Priogen Holding.
governanceafspraken en informatierechten van Lamaro vast te leggen, maar niet is toegelicht dat dit doel slechts bereikt kon worden door de 2015-transactie en evenmin waarom dit doel het middel heiligt.
De aandeelhouders hebben in onderling overleg de waarde van Priogen bepaald op EUR 12,5 miljoen. [B] heeft verklaard dat er onderhandeld is over deze waarde en dat er een adviseur bij de transactie betrokken was die door [A] was uitgezocht. Er is echter geen onafhankelijke waardering gedaan.”
corporate financeadviseur PhiDelphi op 26 juli 20
13een rapport heeft uitgebracht waarin ook een inkoop van gewone aandelen van Lamaro tegen uitgifte van cumprefs wordt beschreven, zij het in combinatie met aantrekken van additioneel kapitaal van € 5 miljoen van een nader te bepalen investeerder. In dat rapport staat een tabel waarin een
post-moneyprognose van de EBIT van Priogen Holding is opgenomen, inhoudende een stijging van € 10,5 miljoen in 2014 tot € 19,8 miljoen in 2017. Daarnaast is een rapport van EY van 23 oktober 20
13overgelegd waarin toekomstige resultaten staan vermeld die zijn overgenomen uit het rapport van PhiDelphi.
base caseuit van toekomstige kasstromen van Priogen Holding die zijn overgenomen uit de prognose in het rapport van PhiDelphi die betrekking had op de situatie waarin € 5 miljoen additioneel kapitaal zou worden geïnvesteerd, terwijl het kenmerk van de 2015-transactie nu juist is dat er geen nieuw kapitaal beschikbaar wordt gesteld aan Priogen Holding en niet gebleken is dat de transactie ten dienste stond aan het nadien aantrekken van kapitaal.
De tweede inkoopverplichting is niet in de jaarrekeningen 2017 en 2018 van Priogen als toelichting opgenomen. Naar de onderzoeker begrijpt werd de inkoopverplichting door EY, de controlerend accountant, als een voorwaardelijke verplichting beschouwd.
counter partiesvan de onderneming van Priogen Holding het bestaan van de inkoopverplichting van belang zullen achten bij het bepalen van de mate waarin en de voorwaarden waarop zij bereid zijn met de onderneming van Priogen Holding te handelen.
De Raad van Advies heeft zich expliciet met salarisverhogingen van [A] beziggehouden en daarvoor advies van een externe partij gevraagd. Voor zover [A] deel heeft genomen aan de beraadslagingen omtrent de verhoging van zijn beloning is voor alle deelnemers kenbaar geweest wat het belang van [A] was. Voorstellen voor salarisverhogingen zijn door de Raad van Advies gesteund en door de aandeelhoudersvergadering tegengehouden.”
a. Informatievoorziening
6 rapportages zijn rechtstreeks aan Lamaro verstuurd; het kwartaalrapport over Q2 2018 is aan [E] verstuurd met het verzoek dat aan [B] door te sturen, hetgeen kennelijk niet is gebeurd.
5 rapportages zijn binnen de overeengekomen termijn van zes weken verstuurd. De rapportages over Q2 2018 en Q4 2018 zijn verstuurd op 11 september 2018 respectievelijk 7 maart 2019.
De rapportages bevatten niet alle verplichte elementen van art. 11.2; de meer beschrijvende informatie over lopende procedures en een beknopt verslag over de uitvoering van het businessplan ontbraken. [A] heeft daarover verklaard dat deze informatie in de vergaderingen van de Raad van Advies aan de orde kwam als hij daarvoor aanleiding zag. Lamaro was vertegenwoordigd in de Raad van Advies maar had volgens art. 11.2 deze informatie rechtstreeks moeten ontvangen.
reporting structuredie door Enerfund op 7 juli 2017 aan Lamaro is toegezonden en waarin de informatieverstrekking nader is uitgewerkt (zie 2.14).
reporting structureals een onderdeel van die verplichting in aanmerking wordt genomen. De gemotiveerde stellingname van Lamaro dat de door Enerfund verstrekte (maand)rapportages niet beantwoorden aan de
reporting structure, is door Enerfund niet gemotiveerd bestreden. Het tekortschieten is van onvoldoende gewicht om zelfstandig als wanbeleid aangemerkt te kunnen worden omdat aan de informatieverplichting, zoals de onderzoeker heeft vastgesteld, wel grotendeels is voldaan. De gebrekkige nakoming van de informatieverplichting draagt wel bij aan de vaststelling van wanbeleid.
De onderzoeker heeft begrepen dat het contract met Zurich betrekking heeft op ontvangsten van Priogen van afnemers van windenergie uit hoofde van optimalisatie van windparken. Deze ontvangsten moet Priogen na ruim een maand doorbetalen, zodat Priogen gedurende deze periode beschikking over de contanten heeft. De partijen die in eerste instantie aan Priogen betalen willen dat alleen doen wanneer Priogen een garantiecontract voor doorbetaling afsluit. Dat contract maakt het mogelijk om de ontvangen liquide middelen in te zetten als werkkapitaal.
counter partiesin de normale bedrijfsvoering en (ii) waarbij Priogen Holding zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt voor een derde, niet zijnde een groepsvennootschap.
Uit onderzoek is het volgende gebleken:
De kosten van deze activiteiten zijn op 14 december 2018 in het budget voor 2019 aan de Raad van Advies voorgelegd die adviseerde de personeelskosten te temporiseren.
In het aangepaste budget 2019 dat op 11 januari 2019 met de Raad van Advies is gedeeld, zijn de personeelskosten naar beneden bijgesteld van EUR 6,4 miljoen naar EUR 5,8 miljoen.
[A] heeft verklaard dat er tussentijds telefonisch overleg is geweest tussen de leden van de Raad van Advies; dat hiervan geen notulen zijn gemaakt en dat Meyboom hem telefonisch heeft meegedeeld dat het budget 2019 was goedgekeurd.
Meyboom verwijst in een email van 20 januari 2019 naar een eerder goedgekeurd budget.
In presentaties aan de Raad van Advies over Q1 2019 en Q3 2019 is het aangepaste budget gebruikt.
[E] schreef op 26 maart 2019 aan [A] een bericht met daarin de volgende relevante passage: “Het definitief vaststellen van het budget 2019 en het vastleggen van de investeringen 2019. Gezien de lopende discussie over financiële ruimte en (contractuele) financiële verplichtingen, zullen we naast het resultatenbudget 2019 en de investeringen 2019 ook een cash-flow forecast voor het gehele jaar moeten bespreken.”
In de notulen van de Raad van Advies van vergaderingen in april en oktober 2019 wordt geen melding gemaakt van een discussie over de status van het budget 2019.
Pas uit notulen van de Raad van Advies in december 2019 blijkt dat de Raad van Advies op dat moment intern verdeeld was over de vraag of het budget 2019 na aanpassing was goedgekeurd. Op dat moment was de procedure bij de Ondernemingskamer al aanhangig; in het verweerschrift had Lamaro de stelling ingenomen dat het budget 2019 niet was goedgekeurd.
leadership team, sterk is afgenomen en dat de continuïteit van de onderneming thans niet gebaat is bij het niettemin aanblijven van Enerfund. Het verzoek van Lamaro tot het ontslag van Enerfund zal daarom worden toegewezen.
governancein de gewijzigde aandeelhoudersovereenkomst (zie 2.12). Gelet op de beperkte kring van aandeelhouders, de positie van Lamaro als betrokken aandeelhouder en de fase van ontwikkeling waarin de onderneming zich bevond kon dat als passend worden beschouwd. De Ondernemingskamer ziet in de werkwijze en bevoegdheden van de raad van advies, zoals vastgelegd in het reglement van de raad van advies, en het feitelijk functioneren van de raad van advies thans geen aanleiding om de raad van advies te vervangen door een raad van commissarissen. De Ondernemingskamer constateert wel dat Enerfund en Lamaro er niet in zijn geslaagd om na het terugtreden van [C] als voorzitter van de raad van advies begin 2019 (zie 2.28) een nieuwe voorzitter te benoemen, ondanks initiatieven daartoe van Lamaro. Nadien is de invulling van de positie van voorzitter op initiatief van Lenders opgeschort. Priogen Holding heeft zich op het standpunt gesteld dat een raad van commissarissen deel zou moeten uitmaken van de toekomstige
governance. Of een raad van advies met de huidige bevoegdheden en wijze van samenstellen ook in de toekomst passend is of inderdaad beter vervangen kan worden door een raad van commissarissen met bepaalde bevoegdheden, kan pas beoordeeld worden als duidelijk is hoe de onderneming in de naaste toekomst zal worden gefinancierd en wat de consequenties daarvan zijn voor de omvang en ambities van de onderneming en de samenstelling van en de stemverhouding binnen de algemene vergadering. De Ondernemingskamer acht het daarom raadzaam dat de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder deze vraag na overleg met de aandeelhouders en financiers beantwoordt. Indien de raad van advies wordt gehandhaafd dient te worden voorzien in de vervulling van de vacature van voorzitter. Voor dat geval zal de Ondernemingskamer, op het desbetreffende verzoek van Lamaro, bepalen dat Lenders bevoegd is tot werving, selectie en benoeming van een voorzitter van de raad van advies. Indien in een later stadium naar het oordeel van een van partijen benoeming van commissarissen door de Ondernemingskamer wenselijk is, kan daartoe alsdan een verzoek worden gedaan.