ECLI:NL:GHAMS:2021:824
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf 36 maanden ondanks gezondheids- en gezinssituatie verdachte
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2020 bevestigd. De verdachte, een hartpatiënt en kostwinner van een gezin met vijf kinderen, had verzocht om strafmatiging op grond van zijn medische toestand en gezinssituatie. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om een lagere straf te rechtvaardigen.
Het hof schrapte enkele overwegingen uit het vonnis van eerste aanleg die niet in hoger beroep waren aangevoerd en oordeelde dat er geen responsieplichtig verweer was gevoerd tegen de aanhouding van de verdachte. De strafmotivering werd aangevuld met de overweging dat de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet tot strafvermindering leiden.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest, en het hof achtte deze straf passend en geboden. Daarmee werd het vonnis van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 36 maanden bevestigd ondanks beroep op gezondheids- en gezinssituatie.