Uitspraak
mrs. S.F.H. Jellinghausen
E.G.M. Huisman, beiden kantoorhoudende te Tilburg,
mr. P.R.M. Berends-Schellens, kantoorhoudende te Den Haag.
Het verloop van het geding
2 Inleiding en feiten
Het College heeft de opdracht gegeven om te evalueren waar we nu staan t.o.v. de uitgangspunten van Organisatie van de Toekomst en hoe de huidige organisatiestructuur daaraan bijdraagt. Het College vraagt aanbevelingen voor resultaatsturing op gezamenlijke doelen, competentieontwikkeling en de daarbij passende structuur.
een kleine concerndirectie met [gemeentesecretaris] en 4 directeuren waarvan 1 directeur gericht is op organisatie en ondersteuning. (…)
Teams blijven aangestuurd worden door een teamleider.
Opgaven worden aangestuurd door een opgavemanager als opdrachtnemer. Dit blijft ongewijzigd.
De inhoudelijke toedeling van teams en opgaven in directie wordt nog bepaald op het moment dat de nieuwe directie is gevormd. (…)
en concern controller maken onderdeel uit van het huidige MT maar blijven buiten deze organisatiewijziging. Ze rapporteren vanaf 1-1-2021 aan de[gemeentesecretaris]
.
Beweegredenen voorgenomen besluit
-doelen te komen. (…) De algemene noties hierover zijn helder, maar het voorgenomen besluit onderbouwt niet voldoende hoe de voorgestelde structuur het bereiken van de[Organisatie van de Toekomst]
dichterbij brengt. (…)
(…) Concluderend ziet de OR te weinig onderbouwing dat de voorgestelde wijziging de enige juiste oplossing is voor de uitgebreid toegelichte problemen.
De OR zet vraagtekens bij de opmerking van het DT dat de voorgestelde wijziging budgetneutraal zal plaatsvinden, omdat met het eventueel afvloeien van de boventallig verklaarde managers kosten gemoeid gaan. Daarbij komt nog dat de nieuwe managers hoger worden ingeschaald dan de huidige directeuren. (…)”
De[gemeentesecretaris]
is van mening dat op basis van de uitkomsten van de evaluatie een verandering noodzakelijk is. Uit het advies van de OR leidt hij af dat de OR deze opvatting deelt. De[gemeentesecretaris]
realiseert zich tegelijkertijd dat een structuurverandering alleen, niet de enige oplossing is. Om die reden is dan ook een verbeterplan opgesteld. De OR is daar in zijn advies aan voorbij gegaan.
benadrukt nogmaals dat het hierbij niet alleen om een kleiner MT/DT gaat, maar o.a. ook om het feit dat in de huidige structuur de integraliteit ontbreekt; dat de rollen binnen DT en MT tot onduidelijkheid leiden; en dat mensen en middelen door de managers dienstverlening worden aangestuurd en de opgaven door de opgavemanagers. Dit alles werkt in de praktijk belemmerend in de samenwerking en in het realiseren van de collegedoelstellingen. Zo blijkt uit de evaluatie die heeft plaatsgevonden en waaraan ook de OR zijn bijdrage heeft geleverd.
garandeert nogmaals dat de structuurwijziging budgetneutraal plaatsvindt en niet ten koste gaat van salarisruimte.”