ECLI:NL:GHAMS:2021:4450

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2021
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
200.300.504
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoningsbeslissing rechter wegens mogelijke schijn van partijdigheid

Een raadsheer van het Gerechtshof Amsterdam heeft verzocht zich te mogen verschonen in een strafzaak waarin hij betrokken was. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat hij eerder betrokken was bij de berechting van een medeverdachte in dezelfde zaak, waardoor de schijn van partijdigheid zou kunnen ontstaan.

Het hof overwoog dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de raadsheer subjectief niet onpartijdig was, oordeelde het hof dat de omstandigheden objectief gezien voldoende zwaarwegende aanwijzingen vormden dat de schijn van partijdigheid kon ontstaan.

Daarom werd het verzoek van de raadsheer toegewezen en mocht hij zich van verdere behandeling van de procedure in deze zaak verschonen. De beslissing werd genomen door drie raadsheren, waarbij twee raadsheren buiten staat waren om mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de raadsheer wegens schijn van partijdigheid werd toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

beslissing van de wrakingskamer van 1 oktober 2021
op het schriftelijke verzoek van
[verzoeker01],
raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam,
afdeling strafrecht,
hierna: verzoeker.
Ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak met zaaknummer 23-000876-20 van: [naam01] .

1.Het verzoek

1.1
Verzoeker heeft bij e-mail van 1 oktober 2021 verzocht zich in de bovengenoemde procedure te mogen verschonen.
1.2
Ter onderbouwing van voornoemd verzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd.
1.3
Verzoeker is als raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam betrokken geweest bij de berechting van een van de medeverdachten in dezelfde zaak. Hierdoor zou de schijn kunnen ontstaan dat hij niet onpartijdig is in bovengenoemde zaak, zodat hij thans verzoekt zich te mogen verschonen.

2.De beoordeling

2.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
2.2
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen
voor het oordeel dat verzoeker – subjectief – niet onpartijdig is.
2.3
Vervolgens dient onderzocht te worden of de aangevoerde omstandigheden niettemin
een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
2.4
De onder 1.3 vermelde omstandigheden leveren naar het oordeel van het hof op zichzelf
een voldoende zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor onder 2.3 bedoeld.
2.5
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

3.De beslissing

Het hof:
wijst toe het verzoek van verzoeker zich van de verdere behandeling van de procedure
met zaaknummer 23-000876-20 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.D van Heffen, E.A.G. van der Ouderaa en
A.M. van Amsterdam in tegenwoordigheid van mr. S.W.H, Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 oktober 2021.
Mrs. Van der Ouderaa en Van Amsterdam zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.