ECLI:NL:GHAMS:2021:4353
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs woninginbraak in Hoogkarspel
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging van een woninginbraak in Hoogkarspel tussen 9 en 11 november 2018, waarbij een gouden ketting en geld werden weggenomen. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het bewijs bestond uit het aantreffen van verdachte en een medeverdachte op heterdaad bij een andere woninginbraak, inbeslagname van inbraakhulpmiddelen, sporenonderzoek dat een schroevendraaier koppelde aan de tenlastegelegde inbraak, en vergelijkingen van schoensporen. Ook werden historische zendmastgegevens van de gsm van verdachte onderzocht, die aangaven dat hij zich in de regio bevond.
Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de verdachte buiten redelijke twijfel aan de woninginbraak te verbinden. Het schoenspoor was algemeen en niet onderscheidend, de zendmastgegevens lieten niet zien dat verdachte daadwerkelijk nabij de woning was op het moment van de inbraak, en het bezit van de schroevendraaier kon niet worden bewezen op het tijdstip van de inbraak.
Daarom werd het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak het hof de verdachte vrij. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest werd uitgesproken op 27 december 2021 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van woninginbraak.