In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een verkeersongeval op 3 september 2018 in Amsterdam, waarbij een fietser schade aan zijn fiets opliep. Het hof acht bewezen dat verdachte als bestuurder van een personenauto betrokken was bij het ongeval en de plaats heeft verlaten zonder zijn identiteit bekend te maken, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat er schade was toegebracht.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €500,- en een proeftijd van twee jaar. In hoger beroep bevestigde het hof deze straf, met inachtneming van de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. De verdachte had na het ongeval contact met het slachtoffer gehad maar weigerde zijn telefoonnummer te geven.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor materiële schade aan de fiets. Het hof kende een bedrag van €75,- toe, omdat de fiets oud was en de gevorderde hogere bedragen niet werden betwist. De verdachte is verplicht deze schade te vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep om proces-economische redenen en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd vastgesteld en de verdachte strafbaar werd verklaard. De opgelegde straf is een voorwaardelijke geldboete van €500,- met een proeftijd van twee jaar, en een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer.