Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:4323

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2021
Publicatiedatum
18 februari 2022
Zaaknummer
23-003033-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 SvArt. 423 SvArt. 588a SvArt. 590 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugwijzing wegens nietigheid dagvaarding en verstekverlening in mishandelingszaak

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. De reden voor vernietiging was dat de dagvaarding niet correct was betekend aan het adres van de verdachte, zoals vereist volgens artikel 588a van het Wetboek van Strafvordering.

De politierechter had ten onrechte verstek verleend tegen de verdachte die niet was verschenen, terwijl de dagvaarding nietig had moeten worden verklaard vanwege het ontbreken van correcte betekening. Hierdoor was het onderzoek ter terechtzitting en het daarop gebaseerde vonnis nietig.

Het hof heeft daarom, op verzoek van de verdediging, de zaak terugverwezen naar de politierechter voor een nieuwe inhoudelijke behandeling met inachtneming van de juiste procedurele vereisten.

De tenlastelegging betrof geweldpleging en mishandeling op of omstreeks 19 juli 2016 te Amsterdam, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof op 13 januari 2021.

Uitkomst: Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003033-19
datum uitspraak: 13 januari 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-098807-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres (en tevens door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven als verblijf- en postadres): [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 19 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten in de buurt van de [adres 2], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1], door een of meermalen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag en/of door voornoemde [slachtoffer 1] vast/tegen te houden, terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, te weten een gebroken jukbeen voor [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 19 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft/hebben mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] een of meermalen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, en/of het lichaam te slaan/stompen en/of te trappen/schoppen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken jukbeen ten gevolge heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 19 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] een/of meermalen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van betekening van de inleidende dagvaarding tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
De verdachte heeft bij zijn eerste verhoor als (post)adres opgegeven [adres 3]. Dit is een adres als bedoeld in artikel 588a, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafvordering. Uit de stukken van het dossier blijkt niet dat een afschrift van de dagvaarding om ter terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen is verzonden aan dit adres. Nu niet is gebleken dat verzending ingevolge het derde lid van dit artikel achterwege kon blijven en zich geen omstandigheid als bedoeld in artikel 590, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft voorgedaan, had de politierechter de inleidende dagvaarding nietig moeten verklaren. De politierechter heeft ten onrechte verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte, de zaak inhoudelijk behandeld en vonnis gewezen. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
Nu de raadsvrouw daarom heeft verzocht, zal het hof de zaak op grond van het bepaalde in artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering terugwijzen naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. N. van der Wijngaart en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 januari 2021.
mr. B. van der Werf is buiten staat dit arrest te ondertekenen.