ECLI:NL:GHAMS:2021:3935

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
23-004365-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak diefstal en veroordeling leidinggeven aan valsheid in geschrift

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2019. Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak voor het onder feit 1 tenlastegelegde diefstal en vorderde een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, voor het onder feit 2 tenlastegelegde leidinggeven aan valsheid in geschrift.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 30 november 2021 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verweren van de verdachte en zijn raadsman. De verdediging handhaafde het standpunt dat de verdachte vrijgesproken moest worden van het diefstal tenlastegelegde, terwijl ten aanzien van het leidinggeven aan valsheid in geschrift geen verweer werd gevoerd.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, waarbij de vrijspraak voor diefstal gehandhaafd blijft en de veroordeling voor leidinggeven aan valsheid in geschrift wordt bekrachtigd. De opgelegde straf is een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 14 december 2021.

Uitkomst: Vrijspraak voor diefstal en bevestiging veroordeling voor leidinggeven aan valsheid in geschrift met twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004365-19
datum uitspraak: 14 december 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-997030-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 subsidiair en feit 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 2 is geen verweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft niet tot andere inzichten geleid, dan in het beroepen vonnis zijn neergelegd. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en de gronden waarop het berust en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. R.D. van Heffen en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 december 2021.
=========================================================================
[…]