Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Preliminair verweer
BESLISSING
parketnummer 23-002916-20.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland. De raadsman van de verdachte voerde een preliminair verweer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, omdat dezelfde feiten reeds door het hof Arnhem-Leeuwarden zijn beoordeeld.
Het hof Amsterdam heeft kennisgenomen van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, dat betrekking heeft op dezelfde feiten. Hoewel dat arrest nog niet onherroepelijk is vanwege een cassatieberoep van de verdachte, oordeelt het hof dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor de vervolging in deze zaak.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 27 oktober 2021. Vanwege afwezigheid kon een van de rechters het arrest niet medeondertekenen. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging onder parketnummer 23-002916-20.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.