ECLI:NL:GHAMS:2021:3579

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
23-002916-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ne bis in idem bij gelijke feiten

In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland. De raadsman van de verdachte voerde een preliminair verweer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, omdat dezelfde feiten reeds door het hof Arnhem-Leeuwarden zijn beoordeeld.

Het hof Amsterdam heeft kennisgenomen van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, dat betrekking heeft op dezelfde feiten. Hoewel dat arrest nog niet onherroepelijk is vanwege een cassatieberoep van de verdachte, oordeelt het hof dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor de vervolging in deze zaak.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 27 oktober 2021. Vanwege afwezigheid kon een van de rechters het arrest niet medeondertekenen. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging onder parketnummer 23-002916-20.

Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002916-20
datum uitspraak: 27 oktober 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-233739-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Nieuwegein, locatie Zeist te Soesterberg.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Preliminair verweer

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden wegens schending van het ne bis in idem-beginsel. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de zaak reeds is afgedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden. Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden is nog niet onherroepelijk omdat namens de verdachte tegen die uitspraak beroep in cassatie is ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft kennis genomen van het (na een verwijzing door het gerechtshof Amsterdam) gewezen arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, in de strafzaak van de verdachte. [1] Dit arrest is gewezen met betrekking tot dezelfde feiten als de onderhavige. Bij die stand van zaken zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren, maar uitsluitend voor zover het ziet op de vervolging in de voorliggende zaak (parketnummer 23-002916-20).

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging in de zaak met het
parketnummer 23-002916-20.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
27 oktober 2021.
Mr. M.L.M. van der Voet is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Aldaar ingeschreven onder het parketnummer 21-000988-18. Het arrest is gewezen op 8 april 2021 en is niet gepubliceerd.