ECLI:NL:GHAMS:2021:3398
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding na herstel verzuim in verzoekschriftprocedure strafzaak
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn verzoekschrift tot schadevergoeding in een strafzaak. De rechtbank had het verzoek afgewezen vanwege het ontbreken van een ondertekend exemplaar van het verzoekschrift. In hoger beroep werd alsnog een ondertekend verzoekschrift overgelegd, waardoor het verzuim werd hersteld en verzoeker ontvankelijk werd verklaard.
De strafzaak eindigde zonder strafoplegging of sepottoepassing. Het hof oordeelde dat er gronden van billijkheid zijn voor vergoeding van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, alsmede voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure. Omdat twee gelijktijdig ingediende verzoekschriften voor rechtsbijstandkosten werden ingediend, wees het hof conform LOVS-oriëntatiepunten slechts eenmaal vergoeding toe voor het opstellen en indienen van deze verzoekschriften.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en kende een totale vergoeding van €4.763,85 toe, bestaande uit €105,00 voor verzekering en voorlopige hechtenis, €4.098,85 voor rechtsbijstand in de strafzaak, en €560,00 voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker wordt ontvankelijk verklaard en ontvangt een totale vergoeding van €4.763,85.