Op 15 maart 2018 vond in een winkel te Amsterdam een incident plaats waarbij verdachte het slachtoffer mishandelde door meerdere keren met gebalde vuisten tegen het hoofd te stompen en het slachtoffer met het lichaam tegen een muur of kozijn te gooien.
De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer(exces) aan, stellende dat zij zich verdedigde tegen een aanval van het slachtoffer. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaarder is en dat geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding die een noodweersituatie rechtvaardigt. Het beroep op noodweer en noodweerexces faalt derhalve.
Het hof achtte het bewezenverklaarde strafbaar als mishandeling en veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. Tevens werd een schadevergoeding van € 1.135,00 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. De verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor het incident en het slachtoffer beëindigde haar onderneming vanwege het incident.
De straf en schadevergoeding zijn gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte, die geen eerdere geweldsdelicten op haar naam heeft staan.