ECLI:NL:GHAMS:2021:3202
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot gevangenneming na wijziging tenlastelegging niet in strijd met nemo debet bis vexari
Het gerechtshof Amsterdam heeft in raadkamer het hoger beroep behandeld van een verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam inzake een vordering tot gevangenneming na wijziging van de tenlastelegging. De raadsman van de verdachte stelde dat het bevel tot gevangenneming in strijd was met het nemo debet bis vexari-beginsel, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
Het hof verwierp dit verweer en overwoog dat het openbaar ministerie bevoegd is om gedurende het onderzoek en zelfs in hoger beroep een wijziging van de tenlastelegging te vorderen. Het koppelen van een gevangennemingsbevel aan een dergelijke wijziging is volgens het hof in overeenstemming met het systeem en de geest van de wettelijke regeling. Ook de aangehaalde jurisprudentie ondersteunt geen ruimere interpretatie van het nemo debet bis vexari-beginsel.
Daarnaast achtte het hof ernstige bezwaren aanwezig tegen de verdachte met betrekking tot poging tot mensenhandel, gebaseerd op verklaringen van een getuige en app-gesprekken. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij invrijheidstelling. Het hof stelde dat het risico op herhaling niet acceptabel kan worden beperkt door schorsingsvoorwaarden en dat onvoldoende inzicht bestaat in de risicofactoren vanwege het ontbreken van een NIFP-rapportage.
De beschikking van het hof bevestigt daarmee het gevangennemingsbevel en wijst het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het bevel tot gevangenneming na wijziging van de tenlastelegging en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.