De zaak betreft een hoger beroep tegen een vrijspraak door de politierechter inzake openlijke geweldpleging in vereniging op 1 februari 2020 te Haarlem. Verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer meermalen te hebben geschopt en geslagen, waaronder tegen het hoofd en de romp, in een uitgaansgebied.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd op grond van nieuw bewijsmateriaal, met name slowmotion camerabeelden, waaruit blijkt dat verdachte actief heeft deelgenomen aan de geweldshandelingen en het slachtoffer tegen het hoofd heeft getrapt. Daarmee is bewezen dat verdachte opzet had en een wezenlijke bijdrage leverde aan het geweld.
De verdachte had een strafblad met eerdere geweldsdelicten, maar positieve persoonlijke ontwikkelingen en afronding van eerdere taakstraffen en toezicht werden meegewogen. Het hof legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met voorarrest.
De uitspraak benadrukt de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer die bewusteloos raakte en in het ziekenhuis werd opgenomen, en de maatschappelijke gevolgen van uitgaansgeweld. Het vonnis dient tevens als waarschuwing en stok achter de deur om recidive te voorkomen.