Partijen zijn in 2011 in Louisiana gehuwd en in 2015 gescheiden door een Amerikaanse rechtbank. De vrouw verzocht de Nederlandse rechtbank om erkenning en tenuitvoerlegging van Amerikaanse alimentatiebeslissingen uit 2015. De rechtbank verwees het verzoek naar de voorzieningenrechter vanwege toepasselijkheid van het Haags Alimentatieverdrag.
De man ging in hoger beroep tegen de beschikking van de voorzieningenrechter die verlof tot tenuitvoerlegging had verleend. Het hof oordeelde dat het verzoek deels onder het Haags Alimentatieverdrag valt (kinderalimentatie en partneralimentatie vanaf 2017) en deels onder de Overeenkomst van Washington (partneralimentatie vóór 2017). Het hoger beroep tegen het deel beheerst door Washington was niet ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
Voor het deel onder het Haags Alimentatieverdrag is het hof onbevoegd en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam. De beslissing over de proceskosten wordt gereserveerd voor de rechtbank. De beschikking is gegeven door mr. J.M. van Baardewijk, mr. A.V.T. de Bie en mr. M. Fiege op 14 september 2021.