Uitspraak
[verdachte]
Gerechtshof Amsterdam
Op 11 augustus 2019 vond te Purmerend een incident plaats waarbij de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk een goed beschadigde dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland te Alkmaar heeft op 7 februari 2020 een vonnis gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld voor deze gedraging.
Het hoger beroep tegen dit vonnis werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam, dat op 23 juni 2021 uitspraak deed. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en vulde de gebruikte bewijsmiddelen aan om de onderbouwing van het bewezenverklaarde te versterken.
De zaak betrof een strafrechtelijke beoordeling op grond van artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De rechter heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde voldoende is onderbouwd en dat de strafrechtelijke kwalificatie van de gedraging juist is toegepast.
De uitspraak bevatte geen wijziging in de strafoplegging, maar benadrukte het belang van een volledige bewijsvoering. Het vonnis is daarmee definitief en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Vonnis van de politierechter bevestigd met aanvulling van bewijsmiddelen; veroordeling wegens opzettelijke beschadiging van goed blijft in stand.