ECLI:NL:GHAMS:2021:2508
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis met aanvullende overweging over strafmaat in hoger beroep
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2019. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken voor bepaalde tenlasteleggingen, maar het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen die vrijspraak, conform artikel 404 lid 5 Sv Pro.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis met uitzondering van de straf, waarbij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden werd geëist met aftrek van voorarrest, en omzetting van een taakstraf in een gevangenisstraf. Het hof bevestigt het vonnis, maar wijkt af van de eis van een geheel onvoorwaardelijke straf.
Daarnaast heeft het hof overwogen dat het niet vooruit zal lopen op een toekomstige strafzaak betreffende een plofkraak, ondanks een advies van de reclassering. Strafmatigerende rekening houden met een toekomstige straf is niet aan de orde; dat is aan de toekomstige rechter. Het vonnis wordt bevestigd met deze aanvullende overweging.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak, zonder strafmatigerende rekening te houden met een toekomstige strafzaak.