Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
algemene griefmoet daarom worden verworpen.
3.De beoordeling
2. De aangeboden opdrachtsom bestaat uit de basis kosten en een aantal meerwerkposten. Omtrent deze laatste posten maken wij thans nog een voorbehoud om deze na verstrekking van de onderbouwingen op een zo kort mogelijke termijn te beoordelen en dan definitief met jullie overeen te komen. (…)”
niet gecommuniceerd met gemeentemet als gevaar dat mogelijk verder moet worden gesaneerd. Zolang gemeente geen goedkeuring op voorstel heeft gegeven is de sanering
derhalve niet als afgerond te beschouwen!!! (…)”
nuniet volledig afgerond te worden voor de onderdelen sanering (enkel tbv blok 7). De deelsaneringsspots (o.a. beton platen) konden hiermee gewoon blijven zitten, waarna ze later gesaneerd konden worden. Dit verslag is / heb ik nog steeds niet via Markus mogen ontvangen, en dus ook niet de gemeente. (…)
2. een akkoord op de lopende zaken voor € 930.000,- (wij hebben voor € 800.000,- opdracht verstrekt en voor € 130.000,- meerwerk opgedragen). Er blijft een discussie over van € 120.000,-. Wij stellen voor deze mee te nemen in de nadere uitwerking zodat we uiteindelijk op € 3.500.000,- uitkomen. (…)”
Wellicht in andere fase restant vak 8/9 sanering bovenlaag”, waaruit blijkt dat de aanpassing geenszins alleen op blok 9 betrekking had. Voor zover De Remise pas in hoger beroep (memorie van grieven onder 22 e.v.) heeft aangevoerd dat niet aannemelijk is dat het minderwerk in de termijnstaat van 2 oktober 2013 betrekking heeft op grotere delen van de blokken 8 en 9, omdat daarover nadien nog overleg moest plaatsvinden, volgt het hof De Remise evenmin in die redenering. De beperking die De Remise op 27 september 2013 zelf aanbracht bij aanvaarding van het aanbod van Markus van 3 september 2013, had immers tot gevolg dat opnieuw moest worden beslist over de saneringsvariant die zou worden toegepast in de blokken 8 en 9 voor zover die niet zouden worden gesaneerd volgens de offerte van Markus, maar volgens de beperking die De Remise ten aanzien daarvan zelf had aangebracht, voor welke (nieuwe) variant De Remise de goedkeuring nodig had van de gemeente Haarlem. Juist dit was het onderwerp van gesprek op 3 oktober 2013 tussen vertegenwoordigers van Markus, Res & Smit namens De Remise en de gemeente Haarlem, zoals uit het verslag van die bespreking (zie hierna onder 3.9) blijkt.
met name de werkzaamheden buiten blok 7, waarbij dit wellicht later onderhandeld moet worden. Volgens het hof betekent dit dat voor De Remise op dat moment duidelijk was althans redelijkerwijs moet zijn geweest dat van werkzaamheden buiten blok 7, behoudens voor zover strikt noodzakelijk voor de realisatie van dat blok, geen sprake kon zijn, althans niet zonder daarover opnieuw te onderhandelen. De stelling van De Remise dat deze e-mail slechts betrekking had op het deelgebied van Hal F, is niet onderbouwd en passeert het hof daarom. Ook uit het verslag van het gesprek dat op 3 oktober 2013 heeft plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van Markus, Res & Smit namens De Remise en de gemeente Haarlem (zie hiervoor onder 3.1 sub (xiv)) blijkt ondubbelzinnig dat aanzienlijke restverontreinigingen (immobiel en mobiel) zouden achterblijven in de blokken 8 en 9 – uitdrukkelijk dus niet: (enkel) in de strook grond langs de sloot in blok 9 – omdat saneren daarvan voor de (huidige) ontwikkeling van de Vomar niet noodzakelijk was. Welke gedeelten dit precies betrof, is helder aangegeven in de tekening aan de hand waarvan op 3 oktober 2013 is gesproken over de vervolgstappen voor de ontwikkeling van het Remise-terrein (zie daaromtrent ook hiervoor onder 2). Ten slotte is ook de e-mail van 9 oktober 2013 (zie hiervoor onder 3.1 sub (xvi)) illustratief voor de uitleg die volgens het hof aan de inhoud van de overeenkomst tussen partijen toekomt. Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat (bij aanvaarding) is afgeweken van de offerte (“de voor- en nadelen van het afwijken van onze aanbieding van 3 -9-2013”), dat het niet gaat om een beperking die slechts betrekking heeft op de strook grond langs de sloot in blok 9, dat de beslissing (van De Remise) “om niet alle werkzaamheden uit te voeren conform onze aanbieding” inhield dat “alleen die gedeelten die strikt noodzakelijk zijn voor de realisatie van blok 7 (t.b.v. de bouw van de Vomar)” onder handen zouden worden genomen en welke gevolgen dit zou hebben voor de locaties waar de bovenlaag is verontreinigd. Uit het overige e-mailverkeer tussen partijen kan geen andere uitleg worden afgeleid.
grief 1,
grief 2,
grief 3,
grief 6en
grief 7falen.
grief 4en
grief 5tevergeefs zijn voorgesteld.