ECLI:NL:GHAMS:2021:2139
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beoordeling ISD-maatregel door gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2020, waarbij een ISD-maatregel (inrichting voor stelselmatige daders) was opgelegd aan de verdachte. De verdachte, die gedetineerd is in Penitentiaire Inrichting Zaanstad, stelde beroep in tegen dit vonnis.
Tijdens de terechtzitting van 2 april 2021 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsman. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met de toevoeging dat uiterlijk twaalf maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden.
Daarnaast heeft het hof bepaald dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor deze tussentijdse beoordeling de rechtbank zal berichten over de noodzaak van voortzetting van de maatregel. De argumenten van de verdachte en zijn raadsman hebben niet geleid tot een andere beslissing dan de bevestiging van het vonnis.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 16 april 2021. Een van de rechters, mr. M.R. Cox, was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel binnen twaalf maanden.