ECLI:NL:GHAMS:2021:1824

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 juni 2021
Publicatiedatum
21 juni 2021
Zaaknummer
23-000640-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak jeugdige verdachte en niet-ontvankelijkheid benadeelde partij in schadevordering

In deze zaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter waarin de jeugdige verdachte integraal werd vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Het gerechtshof Amsterdam heeft het bewijs opnieuw beoordeeld, inclusief beschikbare camerabeelden, maar kwam niet tot een ander oordeel dan de kinderrechter en bevestigde de vrijspraak.

De benadeelde partij had zich in eerste aanleg gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van in totaal €10.699,68, bestaande uit materiële en immateriële schade en proceskosten. De kinderrechter wees deze vordering af, maar het hof vernietigde dit deel van het vonnis omdat bij een integrale vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering.

Het hof verklaarde de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de schadevordering en bepaalde dat beide partijen ieder hun eigen kosten dragen. Voor het overige werd het vonnis van de kinderrechter bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 juni 2021.

Uitkomst: Vrijspraak bevestigd en benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000640-21
datum uitspraak: 17 juni 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-306719-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 70 uur, subsidiair 35 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep, al waar ook de beschikbare camerabeelden zijn bekeken, heeft het hof ter zake van de bewijsbeslissing niet tot een ander oordeel gebracht dan de kinderrechter. Het vonnis waarvan beroep – waarbij de verdachte integraal is vrijgesproken – zal derhalve in zoverre worden bevestigd.
Het vonnis wordt wel vernietigd ten aanzien van de beslissing van de kinderrechter op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde], nu de kinderrechter de vordering ten onrechte heeft
afgewezen, terwijl bij een integrale vrijspraak een
niet-ontvankelijkheiddient te volgen.

Vordering van benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.699,68, bestaande uit € 7.349,68 ter compensatie van materiële schade, € 3.350,00 als vergoeding voor immateriële schade en € 1850,00 voor proceskosten. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Het hof oordeelt als volgt.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing omtrent de vordering van benadeelde partij [benadeelde] en doet in zoverre opnieuw recht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. V.M.A. Sinnige, mr. A.M. Kengen en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van
mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2021.
=========================================================================
[…]