ECLI:NL:GHAMS:2021:17
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering arbeidsduur en loonvordering afgewezen in geschil tussen werknemer en Verbo Transport
In deze civiele zaak stond centraal of appellante recht had op loon over een veertigurige werkweek vanaf 1 februari 2015 bij Verbo Transport B.V. Appellante stelde dat zij met de directeur van Verbo, de heer C, een afspraak had gemaakt over een arbeidsduur van veertig uur per week.
Tijdens het hoger beroep werden diverse getuigen gehoord, waaronder de directeur C en diens partner D, alsmede andere betrokkenen. De verklaringen verschilden aanzienlijk: appellante was de enige die de afspraak op 10 februari 2015 bij de directeur thuis bevestigde, terwijl C en D dit categorisch ontkenden. Andere getuigen leverden tegenstrijdige verklaringen over gesprekken en etentjes waar de arbeidsduur besproken zou zijn.
Het hof oordeelde dat appellante niet in haar bewijslevering was geslaagd. De verklaringen van de getuigen boden onvoldoende en tegenstrijdig bewijs, en de eigen verklaring van appellante kon slechts aanvullend dienen. Hierdoor werd de loonvordering afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Beide partijen werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wees de loonvordering af wegens onvoldoende bewijs van een afspraak over veertig uur werk per week en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.