In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 september 2019 bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. De verdachte werd veroordeeld voor het bezit van een pistool met patroonhouder en munitie in zijn woning, wat een aanzienlijk veiligheidsrisico vormde. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, mede vanwege eerdere geweldsveroordelingen en de ernst van het feit.
De rechtbank had een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Het hof vond deze straf te hoog en stelde de straf vast op zes maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. Het voorwaardelijke deel is bedoeld om herhaling te voorkomen, gezien de fascinatie van de verdachte voor vuurwapens op sociale media.
Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf behandeld. Hoewel het hof erkende dat overtreding van voorwaarden niet vrijblijvend mag zijn, besloot het vanwege de positieve persoonlijke ontwikkelingen van de verdachte de tenuitvoerlegging te vervangen door een taakstraf van 120 uur.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 26 mei 2021.