ECLI:NL:GHAMS:2021:121

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
23-004307-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping in hoger beroep nietig wegens niet-betekeningsvoorschriften

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Alkmaar. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, had een adres opgegeven in Sofia, Bulgarije. Het hof stelde vast dat de oproeping tot het hoger beroep niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de verdachte was betekend, aangezien de betekening niet had plaatsgevonden op het opgegeven adres.

De verdachte was niet gedetineerd en niet ingeschreven in de Nederlandse basisadministratie persoonsgegevens, waardoor de betekening volgens artikel 36e, derde lid, Wetboek van Strafvordering, op het opgegeven adres had moeten plaatsvinden. Het ontbreken van een correcte betekening leidde ertoe dat de oproeping nietig werd verklaard.

Omdat de verdachte niet ter terechtzitting was verschenen en de oproeping niet rechtsgeldig was, kon het gerechtshof het hoger beroep niet inhoudelijk behandelen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 januari 2021.

Uitkomst: De oproeping in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-naleving van betekeningseisen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004307-19
datum uitspraak: 12 januari 2021
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 22 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-229337-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1973,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
bij appelschriftuur opgegeven adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2020 en 12 januari 2021.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de oproeping in hoger beroep

Gebleken is dat de betekening van de oproeping aan de verdachte om op de terechtzitting van heden te verschijnen niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De verdachte is niet gedetineerd, staat niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en van hem is geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend. Op het door de verdachte ingevulde grievenformulier van 28 november 2019 heeft de verdachte het volgende adres opgegeven: [adres] Het hof merkt dit adres aan als een adres in de zin van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Niet is gebleken dat uitreiking van de oproeping in hoger beroep op het laatstgenoemde adres in Sofia heeft plaatsgevonden.
Nu uit het voorgaande volgt dat de oproeping om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend dient deze – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. C.J. van der Wilt en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen en mr. E.J. de Vries, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 januari 2021.
De oudste raadsheer, de jongste raadsheer en griffier De Vries zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.