Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagden](hierna: beklaagden) ter zake van valsheid in geschrift.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een beklag in tegen een rechter en griffier wegens valsheid in geschrift, omdat in het proces-verbaal van een pro-formazitting onterecht was opgenomen dat de behandeling voor onbepaalde tijd werd geschorst, terwijl dit niet letterlijk was uitgesproken.
Het hof heeft de camerabeelden bestudeerd en vastgesteld dat de voorzitter wel had medegedeeld dat op een later tijdstip een beslissing zou volgen over de voorlopige hechtenis, welke verzoeken werden afgewezen. De voorlopige hechtenis werd binnen de wettelijk gestelde termijn opnieuw beoordeeld.
Het hof oordeelt dat klager door de onjuiste zinsnede niet in zijn belangen is geschaad en dat professionele procesdeelnemers weten dat een pro-formazitting niet inhoudelijk wordt behandeld maar wordt geschorst. Het hof verwacht dat de strafrechter niet tot een veroordeling wegens valsheid in geschrift zal komen.
Daarom is het beklag ongegrond en wijst het hof het af, waarmee de beslissing van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het beklag tegen het niet instellen van strafvervolging wegens valsheid in geschrift wordt afgewezen.