ECLI:NL:GHAMS:2020:974

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2020
Publicatiedatum
26 maart 2020
Zaaknummer
23-002743-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak heling wegens geloofwaardige verklaring over herkomst goederen

De verdachte werd beschuldigd van heling van een telefoon, een Playstation 4 en een JBL Speaker die op 27 februari 2017 bij een tweedehandswinkel werden aangeboden. Volgens de tenlastelegging zou hij geweten of redelijkerwijs moeten hebben vermoed dat het om door misdrijf verkregen goederen ging.

Tijdens het hoger beroep verklaarde de verdachte dat hij de goederen alleen had aangeboden namens een minderjarige jongen uit zijn buurt, die hem had gevraagd te helpen omdat hij zelf niet kon verkopen. De verdachte gaf direct openheid van zaken bij de politie en verstrekte de naam en het adres van deze jongen. Het hof achtte deze verklaring aannemelijk en concludeerde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de goederen gestolen waren.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van heling. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van heling wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat de goederen gestolen waren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002743-19
datum uitspraak: 6 maart 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15‑175130-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks de periode van 25 februari 2017 tot en met 27 februari 2017 te Haarlem, (een) goed/goederen te weten een telefoon (type HTC One), Playstation 4 en/of JBL Speaker heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed/goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed/goederen betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vrijspraak
De verdachte heeft op 27 februari 2017 goederen aangeboden bij tweedehands goederenwinkel [winkel]. Die goederen bleken gestolen te zijn.
De verdachte heeft verklaard dat een jongen – die de verdachte kende uit zijn buurt – hem had gevraagd de goederen bij [winkel] te verkopen omdat hij dat zelf niet kon omdat hij minderjarig was. De verdachte wilde behulpzaam zijn en heeft de goederen toen afgegeven bij [winkel]. Daarbij legitimeerde de verdachte zich met zijn identiteitsbewijs en kreeg hij een bonnetje waarmee geld kon worden opgehaald, nadat [winkel] zou hebben gecontroleerd of de goederen niet als gestolen te boek stonden. De verdachte heeft het bonnetje afgegeven aan de desbetreffende jongen, aldus de verdachte.
Het hof acht de verklaring van de verdachte aannemelijk. De verdachte heeft ook direct openheid van zaken gegeven bij de politie en direct de naam en het adres van de jongen bekendgemaakt.
Onder die omstandigheden is het hof met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. Het hof zal de verdachte vrijspreken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.502,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor een deel van de oorspronkelijke vordering, te weten € 1.365,00.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart 2020.