Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Afwikkeling echtscheiding”.
“De Partijen ( [appellant] en [geïntimeerde] , toevoeging hof) en de Mediators zullen zich inspannen om de in punt 1 genoemde Kwestie tussen de Partijen op te lossen door mediation conform het MfN-Mediation Reglement (hierna te noemen het “Reglement”) zoals dat luidt op de datum van deze overeenkomst. Het Reglement (waarvan een kopie aan deze overeenkomst is gehecht) maakt integraal deel uit van deze overeenkomst. (…)”
3.Beoordeling
“1e afspraak bij de mediator: Mediation inzake 200.212.047/01 + 200.212.042/01 [appellant] / [geïntimeerde] (mr. L. Laus) – [appellant] (mr. E.J.M. van nieuwenhuizen)”en dat als bijlagen aan die e-mail waren gevoegd: NMI mediationreglement.pdf; Model mediationovereenkomst versie 2014.doc; NMI gedragsreglement.pdf; R021-Mediation-naast-familiezaken.pdf; aanvraagformulier toevoegingen.pdf; Routebeschrijvingen Paleis IJdok 20.pdf, heeft [appellant] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep herhaald dat het reglement hem niet ter hand is gesteld. Wellicht dat zijn familierechtadvocaat mr. Van Nieuwenhuijzen dat reglement kende, maar het is niet persoonlijk met hem, [appellant] , doorgenomen. Mr. Van Nieuwenhuijzen was niet bij de mediation betrokken en nam daar dus niet aan deel, aldus [appellant] . Naar het oordeel van het hof is met de betreffende e-mail voldoende komen vast te staan dat het reglement aan de advocaat van [appellant] is opgestuurd en aldus ter beschikking is gesteld. Deze terbeschikkingstelling is gelijk te stellen met een terbeschikkingstelling aan [appellant] . Of deze advocaat de betreffende e-mail (met daarbij het reglement als bijlage) aan [appellant] heeft doorgestuurd, dan wel of juist is wat [geïntimeerde] stelt, dat op de tweede mediationbijeenkomst het reglement expliciet is doorgenomen, kan daarmee in het midden blijven. Het hof wijst er daarbij op dat indien het reglement in het geheel niet bij [appellant] terecht zou zijn gekomen, van [appellant] verwacht had mogen worden dat hij daarvan melding maakte, nu artikel 2 van Pro de mediationovereenkomst – en welke overeenkomst [appellant] heeft ondertekend – inhoudt dat het reglement daaraan is gehecht. Concluderend is het hof van oordeel dat ook artikel 7 van Pro het reglement op de mediationovereenkomst tussen [appellant] , [geïntimeerde] en de twee mediators van toepassing was.