ECLI:NL:GHAMS:2020:906

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2020
Publicatiedatum
20 maart 2020
Zaaknummer
23-002774-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor invoer cocaïne met aanvullende bewijsmotivering over onbeheerd achterlaten bagage

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juli 2019 bevestigd. De zaak betreft de verdachte die werd veroordeeld voor het invoeren van cocaïne. Het hof heeft het verzoek van de verdediging tot het horen van getuigen, waaronder familieleden van de verdachte, afgewezen omdat het verzoek niet voldoende was onderbouwd en niet voldeed aan het noodzaakscriterium.

Het hof heeft de bewijsmotivering aangevuld met een nadere toelichting over het onbeheerd achterlaten van de koffer door de verdachte in de vertrekhal van een druk vliegveld. Het acht het zeer onwaarschijnlijk dat onbekenden onder het toeziend oog van vele mensen verdovende middelen in de koffer hebben geplaatst zonder dat de verdachte dit heeft gemerkt. De verdachte had de koffer immers geopend om eigen spullen, zoals een pet en T-shirts, erin te stoppen.

Daarnaast is het proces-verbaal van aanhouding aangevuld met details over het vliegticket van de verdachte, dat geldig was voor de route Paramaribo-Amsterdam en terug. De verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting in hoger beroep bevestigt dat hij de koffer zelf heeft geopend en spullen erin heeft gedaan.

Het hof concludeert dat de eerdere veroordeling gehandhaafd blijft en bevestigt het vonnis van de rechtbank met de aangebrachte aanvullingen in de bewijsmotivering.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling van de verdachte voor invoer van cocaïne en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002774-19
datum uitspraak: 13 maart 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-093227-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
- de laatste alinea op blad 2, opgenomen onder 3.3.2. bewijsmotivering, van het vonnis verwijdert.
- de onder 3.3.2. opgenomen bewijsmotivering als volgt aanvult:
Het hof acht het zeer onwaarschijnlijk dat op de plek waar de verdachte zijn koffer onbeheerd heeft achtergelaten, namelijk de vertrekhal van het vliegveld waar op dat moment vele mensen aanwezig waren, onbekenden het risico hebben genomen om verdovende middelen onder het toeziend oog van deze mensen in de koffer van de verdachte te stoppen.
Daarbij acht het hof het evenzeer onwaarschijnlijk dat, zou dit al hebben plaatsgevonden, de verdachte niet heeft gemerkt dat er ‘vreemde goederen’, namelijk een viertal pakken Chinese soep, in zijn koffer waren gedaan. Temeer nu deze pakken soep bovenaan in de koffer lagen en de verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij zijn koffer onbeheerd had achter gelaten, de koffer had geopend om daar net door hem aangekochte spullen in te stoppen.
- voor zover door de verdediging in hoger beroep het voorwaardelijke verzoek is gedaan tot het horen van getuigen, onder wie de moeder, vader, vriendin en de tante van de verdachte, dit verzoek verwerpt. Gelet op het tijdstip dient het verzoek te worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakscriterium. Het hof is van oordeel dat de noodzaak tot het horen van de verzochte getuigen ontbreekt, nu het verzoek niet nader is onderbouwd.
- het in de bijlage opgenomen bewijsmiddel ‘een proces-verbaal van aanhouding’ als volgt aanvult:
Vervolgens zag ik, verbalisant [verbalisant] dat het vliegticket was voorzien van nummer [nummer] en dat deze op naam was gesteld van [verdachte]. Ik zag dat het vliegticket geldig was gemaakt voor de route Paramaribo-Amsterdam en Amsterdam-Paramaribo. Tevens zag ik dat [verdachte] vanuit Paramaribo Worldbusiness heeft gevlogen en economyclass terug zou vliegen.”
- de volgende toevoeging aanbrengt op de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen:
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2020 afgelegd:
Ik had een pet en twee paar T-shirts gekocht, deze heb ik daarna meteen in de koffer gedaan. Ik heb de koffer opengemaakt en de spullen erin gedaan.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 maart 2020.
=========================================================================
[…]