ECLI:NL:GHAMS:2020:89
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.C. Schenkeveld
- C.E. Buitendijk
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind en mentorschap wegens onuitvoerbaarheid en gebrek aan samenwerking
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarbij bewind en mentorschap waren ingesteld voor een meerderjarige die destijds minderjarig was. De rechthebbende was niet gehoord in eerste aanleg en betwistte de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam en de inhoudelijke gronden voor bewind en mentorschap.
Het hof overweegt dat de rechtbank Overijssel bevoegd was en het hoger beroep door het hof Amsterdam behandeld mag worden. De procedure in hoger beroep kan eventuele fouten uit eerste aanleg herstellen, waardoor het ontbreken van een hoorzitting geen schending van procesrechtelijke beginselen oplevert.
Inhoudelijk oordeelt het hof dat het bewind en mentorschap niet langer zinvol zijn omdat de rechthebbende niet samenwerkt en zich in detentie in Duitsland bevindt. De bewindvoering leidt zelfs tot schulden. Daarom worden bewind en mentorschap opgeheven en het verzoek van de WSS afgewezen.
Het hof bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na het einde van het bewind een eindrekening moet opmaken en deze aan de rechthebbende en het Bewindsbureau moet overleggen. Tevens wordt de griffier verzocht de uitspraak door te zenden voor doorhaling in het Curatele- en Bewindregister.
Uitkomst: Het hof heft het bewind en mentorschap op en wijst het verzoek van de WSS af wegens onuitvoerbaarheid.