ECLI:NL:GHAMS:2020:788
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens gebrek aan belang
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2020 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2018.
De raadsman van verdachte heeft namens zijn cliënt aangegeven geen prijs meer te stellen op het voortduren van het hoger beroep en heeft verzocht om niet-ontvankelijkverklaring. Het hof heeft tevens kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal die eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring strekte.
Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het hoger beroep beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan belang.