ECLI:NL:GHAMS:2020:742
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor onaanvaardbare borgstelling en verwijzing naar schadestaatprocedure
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van ABN Amro jegens een borgsteller centraal nadat de bank het krediet had opgezegd en de borgsteller aansprakelijk stelde voor een bedrag van € 2.055.000,-. Het hof bevestigde dat het handelen van ABN Amro onaanvaardbaar was en aansprakelijkheid opleverde jegens de borgsteller.
Het hof verwees de zaak naar de schadestaatprocedure omdat de schade nog niet kon worden vastgesteld zonder nader debat tussen partijen. Hierdoor kunnen partijen in twee feitelijke instanties procederen over de schade en de omvang daarvan.
Daarnaast behandelde het hof de reconventionele vordering van ABN Amro tot betaling van een restschuld van € 326.583,45. Deze vordering werd voorlopig afgewezen omdat het onaanvaardbaar is dat ABN Amro betaling verlangt voordat de schadevergoeding is vastgesteld. De verkoop van de woning en de restschuld kunnen niet los worden gezien van het onaanvaardbare handelen van de bank.
De overige stellingen van appellanten over wanprestatie, onrechtmatige daad en eigen schuld werden verworpen. Het bewijsaanbod van appellanten werd eveneens afgewezen omdat het niet zou leiden tot een betere uitkomst.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep, stelde de aansprakelijkheid van ABN Amro vast, veroordeelde de bank tot schadevergoeding nader te bepalen bij staat en veroordeelde ABN Amro in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: ABN Amro is aansprakelijk en de zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure; restschuldvordering voorlopig afgewezen.