ECLI:NL:GHAMS:2020:633
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens herhalingsgevaar in georganiseerd verband
De verdachte is in voorlopige hechtenis gesteld wegens verdenking van het plegen van vermogensdelicten in georganiseerd verband. De rechtbank Noord-Holland had op 5 februari 2020 het bevel tot verlenging van zijn gevangenhouding gegeven en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De verdachte stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof heeft de stukken van de rechtbank en de argumenten van de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, bestudeerd. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en constateert voldoende aanwijzingen dat de verdachte zich bezighoudt met ernstige vermogensdelicten binnen een georganiseerd verband.
Gezien de ernst van de verdenking en het gevaar dat de verdachte bij invrijheidstelling opnieuw strafbare feiten pleegt waarvoor een gevangenisstraf van zes jaar of meer kan worden opgelegd, acht het hof het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder dan het belang van de verdachte bij zijn vrijlating. Daarom wijst het hof het beroep tegen de verlenging van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep af en verlengt de voorlopige hechtenis wegens herhalingsgevaar.