ECLI:NL:GHAMS:2020:561
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis en niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijspraak
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 11 januari 2019. De verdachte was vrijgesproken van een ten laste gelegde feit in zaak A met parketnummer 13-702872-18. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 404, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, geen hoger beroep openstaat tegen een vrijspraak voor de verdachte. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in zoverre het hoger beroep gericht was tegen de vrijspraak.
Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 januari 2020 en het onderzoek in eerste aanleg betrokken. De advocaat-generaal had gevorderd het vonnis te bevestigen. Het hof sloot zich hierbij aan en bevestigde het vonnis van de politierechter, met dien verstande dat het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk werd verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 februari 2020. Hiermee blijft het vonnis van de politierechter ongewijzigd van kracht en is het hoger beroep tegen de vrijspraak niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de vrijspraak en bevestigt het vonnis van de politierechter.