Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2016 bevestigd, behalve de strafoplegging. De verdachte werd veroordeeld voor de beroving van een minderjarige in een tunneltje waarbij het slachtoffer werd vastgepakt, geslagen en getrapt, waarna zijn hoverboard werd afgenomen.
Het hof nam de ernstige impact van de beroving op het slachtoffer in aanmerking, waaronder psychische schade en lichamelijke pijn, zoals verklaard door de moeder en geconstateerd door verbalisanten. De verdachte toonde geen berouw of inzicht in zijn handelen.
Gezien de ernst van het geweld en de gevolgen voor het slachtoffer achtte het hof een gevangenisstraf van 9 maanden passend, hoger dan de 6 maanden van de rechtbank. De straf werd gematigd met één maand vanwege overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De vordering van de benadeelde partij werd ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk toegewezen, waarbij een schadevergoedingsmaatregel van een derde van €215 werd opgelegd. Het hof wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat geen rechtens gelijke gevallen waren aangetoond.
Het arrest werd uitgesproken op 6 februari 2020 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden voor beroving met ernstig geweld.