ECLI:NL:GHAMS:2020:527

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
23-001533-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak met parketnummer 15-142964-16. De verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging op of omstreeks 19 juni 2016 te Julianadorp, waarbij hij samen met anderen geweld zou hebben gebruikt tegen twee slachtoffers.

Tijdens het hoger beroep op 7 februari 2020 heeft het hof alle stukken en verklaringen bestudeerd, waaronder meerdere verklaringen van aangevers en getuigen. Deze verklaringen waren niet eensluidend en spraken elkaar tegen over de rol van de verdachte bij de geweldshandelingen. Ook WhatsApp-berichten tussen medeverdachten gaven aan dat de verdachte niets had gedaan.

Gezien het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De verdachte werd daarmee volledig ontslagen van alle rechtsvervolging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijke geweldpleging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001533-18
datum uitspraak: 21 februari 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer
15-142964-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
7 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 19 juni 2016, te Julianadorp, gemeente Den Helder met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Zuiderhaaks en/of de Langevliet, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], door voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] - meermalen met de tot vuist gebalde handen in/op/tegen de lip en/of het gezicht en/of de nek te slaan en/of te stompen en/of - met de geschoeide voeten in/op/tegen de benen te schoppen en/of te trappen en/of - meermalen tegen het lichaam te duwen;
subsidiair
althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 19 juni 2016 te Julianadorp, gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] - meermalen met de tot vuist gebalde handen in/op/tegen de lip en/of het gezicht en/of de nek te slaan en/of te stompen en/of - met de geschoeide voeten in/op/tegen de benen te schoppen en/of te trappen en/of - meermalen tegen het lichaam te duwen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Met de raadsman van de verdachte is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De verdachte ontkent hetgeen hem ten laste is gelegd. Het dossier bevat meerdere verklaringen van de aangevers en van diverse getuigen. Deze verklaringen zijn niet eensluidend en spreken elkaar tegen als het gaat om de bijdrage van de verdachte aan de gepleegde geweldshandelingen. Het hof kan dan ook niet met de voor bewezenverklaring vereiste overtuiging vaststellen welke toedracht de juiste is. Dit gebrek aan overtuiging is mede gevoed door de in het dossier aanwezige screenshots van een WhatsApp gesprek tussen de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Wanneer zij met elkaar de toedracht van het ten laste gelegde feit bespreken, schrijft [medeverdachte 1] over aangever [slachtoffer 1]: “Ja maar k heb z’n gebit verbouwt” en schrijft [medeverdachte 2] over de verdachte: “Hij heeft niets gedaan”. Gelet op het voorgaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd;
de verdachte zal daarvan vrij moeten worden gesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen en mr. T.M.A.D. de Lanoy, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 februari 2020.
Mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]