ECLI:NL:GHAMS:2020:524
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs zorgplicht correcte boordcomputer bij taxivervoer
De verdachte werd beschuldigd van het niet zorgdragen dat in de taxi een correct functionerende boordcomputer aanwezig was, zoals vereist volgens artikel 22 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994. Het incident vond plaats op 30 augustus 2017 te Schiphol. De politierechter veroordeelde verdachte, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep.
Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat de boordcomputer voorafgaand aan de controle al problemen vertoonde, maar dat een gecertificeerd autobedrijf geen gebreken had vastgesteld. De boordcomputer functioneerde aan het begin van zijn dienst en verdachte reed via een tussenpersoon, waardoor hij de boordcomputer niet continu hoefde te controleren. Na de controle werd alsnog een defect vastgesteld en gerepareerd.
Het hof oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte nalatig was geweest in zijn zorgplicht, mede op basis van een verklaring van een autobedrijf die bevestigde dat de boordcomputer op 28 en 30 augustus geen gebreken vertoonde. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging en vernietigde de eerdere strafbeschikking.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van nalatigheid betreffende de boordcomputer in de taxi.