ECLI:NL:GHAMS:2020:4083
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte heling bromfiets wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 23 mei 2019 te Amsterdam een bromfiets had verworven en/of voorhanden gehad terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar in hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
De verdachte verklaarde dat hij niet wist dat het contactslot van de bromfiets was geforceerd en dat hij kort voor de aanhouding achterop de bromfiets was gestapt. De motor liep al en hij had de bromfiets niet zelf gestart. Er was een beenkleed bevestigd waardoor het contactslot niet zichtbaar was. De verbalisant kon zich niet meer herinneren of de verdachte had gezegd dat de bromfiets zonder sleutel kon worden gestart.
Het hof oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden uitgesloten dat de verklaring van de verdachte juist was. De medeverdachte was niet gehoord, wat ook meeweegt in het bewijs. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan heling met schuld of opzet.
Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van heling bromfiets wegens onvoldoende bewijs.