ECLI:NL:GHAMS:2020:4035

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
23-001021-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Tijdens de terechtzitting op 16 juli 2020 heeft het hof vastgesteld dat de verdachte of zijn gemachtigde geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook geen mondelinge bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. Daarnaast is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek van de zaak.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het ontbreken van grieven. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de raadsheren Schimmel, Plaisier en Steenbrink.

De uitspraak bevestigt het vonnis van de politierechter en sluit het hoger beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. De jongste en oudste raadsheer waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001021-20
datum uitspraak: 16 juli 2020
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-105139-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1981,
adres: [adres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. M.J.A. Plaisier en mr. J. Steenbrink, in tegenwoordigheid van S. van Arenthals, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 juli 2020.
De jongste en oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.