ECLI:NL:GHAMS:2020:3999
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering en bepaling duur gijzeling bij niet-betaling
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 juli 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2019, waarin de betrokkene werd veroordeeld voor twee Opiumwetfeiten, een Wet Wapens en Munitie feit en witwassen, en tot betaling van € 47.371,25 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep heeft het hof zich verenigd met het vonnis van de rechtbank en dit bevestigd. Het hof voegde een nadere motivering toe met betrekking tot de stukken die in hoger beroep waren ingebracht, waaronder bankafschriften die door de raadsvrouw van de betrokkene waren overgelegd. De betrokkene stelde dat contante opnames van € 8.700,00 meegenomen moesten worden in de kasopstelling, maar zonder concrete onderbouwing werd dit niet gevolgd.
Daarnaast heeft het hof de duur van de gijzeling bij niet-betaling vastgesteld op 947 dagen, conform de per 1 januari 2020 in werking getreden Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.P.M. van Rijn, M. Jurgens en N.J.M. de Munnik.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van € 47.371,25 en stelt de maximale duur van gijzeling bij niet-betaling vast op 947 dagen.