ECLI:NL:GHAMS:2020:3365
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag en vaststelling omgangsregeling onder begeleiding Omgangshuis
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2014. De man verzocht om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, welke door de rechtbank waren afgewezen. In hoger beroep trok de man het verzoek tot gezamenlijk gezag in, waardoor dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De omgangsregeling werd besproken in het licht van een belast verleden met signalen van huiselijk geweld en psychische problemen bij de vrouw. De vrouw kampt met burn-out en PTSS, waardoor haar draagkracht beperkt is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde omgang onder begeleiding van het Omgangshuis, gezien het ontbreken van vertrouwen en het belang van een gecontroleerde opbouw van contact.
Het hof oordeelde dat het recht op omgang gewaarborgd is, maar dat zwaarwegende belangen van het kind een omgang kunnen beperken. Gezien de situatie en het advies van de raad, stelde het hof omgang onder begeleiding van het Omgangshuis vast. Partijen gingen akkoord met het beëindigen van de procedure en het volgen van het traject bij het Omgangshuis, met de mogelijkheid tot heropening van de zaak indien nodig.
Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag niet-ontvankelijk verklaard; omgang tussen vader en minderjarige vastgesteld onder begeleiding van het Omgangshuis.