ECLI:NL:GHAMS:2020:3334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt afwijzing vordering executiekosten wegens oneerlijk beding
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter waarin haar vordering tot terugbetaling van executiekosten door ING werd afgewezen. De zaak betreft een hypothecaire kredietovereenkomst tussen appellante en Postbank, later gefuseerd met ING, waarbij appellante achterstallige rentebetalingen had en ING executiekosten in rekening bracht.
Het hof oordeelt dat appellante toerekenbaar tekortgeschoten is in haar betalingsverplichtingen en ING daardoor recht heeft op vergoeding van gemaakte kosten. Echter zijn niet alle kosten terecht in rekening gebracht. Kosten voor een geveltaxatie en een volmacht in 2017, gemaakt zonder geldige executieaanzegging, worden onterecht geacht.
Het hof wijst de vordering van appellante gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 822,80 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De overige kosten zijn terecht in rekening gebracht. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt ING tot gedeeltelijke betaling van executiekosten aan appellante met rente en compenseert de proceskosten.