Uitspraak
mr. W.P.M. Mulder, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken, kantoorhoudende te Amsterdam,
Het verloop van het geding
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde het verzoek tot opheffing van de onmiddellijke voorzieningen die eerder waren getroffen ten aanzien van Hello Amsterdam B.V. Deze voorzieningen betroffen onder meer de benoeming van een bestuurder en de overdracht van aandelenbeheer, welke waren ingesteld in verband met een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap over de periode van april 2016 tot januari 2019.
Naar aanleiding van het faillissement van Hello Amsterdam B.V., uitgesproken door de rechtbank Amsterdam op 30 juni 2020, verzocht de bestuurder Doeleman de Ondernemingskamer om de onmiddellijke voorzieningen te beëindigen, aangezien deze niet langer noodzakelijk zouden zijn. De curator bevestigde dat de kosten van het onderzoek niet uit de faillissementsboedel kunnen worden betaald.
De Ondernemingskamer oordeelde dat geen van de partijen belang heeft bij het voortduren van de voorzieningen en besloot deze per direct op te heffen. Tevens werd vastgesteld dat het onderzoek nog niet was gestart en dat partijen twee weken de tijd krijgen om aan te geven of zij het onderzoek zelf willen financieren. Bij uitblijven van financiering zal het onderzoek eveneens worden beëindigd.
Uitkomst: De Ondernemingskamer heft de onmiddellijke voorzieningen op en stelt partijen in de gelegenheid het onderzoek zelf te financieren.