ECLI:NL:GHAMS:2020:3196
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken opzet bij zwaar lichamelijk letsel tijdens voetbalwedstrijd
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever tijdens een voetbalwedstrijd op 9 februari 2019, waarbij de aangever een gebroken kaak opliep. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken omdat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte de spelregels zodanig had geschonden dat sprake was van opzet tot letsel.
Tijdens de zitting in hoger beroep zijn getuigenverklaringen besproken die tegenstrijdig en onvoldoende duidelijk waren. De verklaring van de scheidsrechter was warrig en de getuigen van het incident konden geen eenduidige toedracht geven. Het hof overwoog dat hoewel gevaarlijke gedragingen binnen het voetbal tot op zekere hoogte verwacht kunnen worden, dit niet geldt voor gedragingen die buiten de spelregels vallen en opzettelijk letsel veroorzaken.
De advocaat-generaal had gepleit voor bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit, maar het hof concludeerde dat de bewijsvoering onvoldoende was om opzet vast te stellen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel tijdens een voetbalwedstrijd.