Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante sub 1] ,
[appellant sub 2] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak in hoger beroep kort geding vordert appellanten schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een bodemvonnis inzake huur van woonruimte. De voorzieningenrechter had deze vordering afgewezen en appellanten waren tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen.
Tijdens de behandeling van het kort geding is gelijktijdig een incident in het bodemproces behandeld, waarbij het hof de tenuitvoerlegging van het bodemvonnis heeft geschorst tot 1 februari 2021. Hierdoor is het belang van appellanten bij het kort geding vervallen.
Het hof verklaart appellanten daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep van het kort geding en veroordeelt hen in de kosten van het principaal appel. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van Oud-Zuid Vastgoed behoeft geen behandeling.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 november 2020 en betreft een executiegeschil in een huurzaak.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten.