ECLI:NL:GHAMS:2020:3174

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
23 november 2020
Zaaknummer
23-002417-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal en verduistering in dienstbetrekking wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de veroordeling van verdachte wegens diefstal en verduistering van servers, harddisks en andere bedrijfsmiddelen uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij een ICT-werkgever.

De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van 16 servers, 96 harddisks en rack-materiaal in de periode december 2014 tot februari 2015, alsmede een personenauto, telefoon, laptop, sleutels en badge tussen maart en augustus 2015. De rechtbank had verdachte veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis.

Het hof oordeelde dat de aangifte onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. Er was geen sluitende voorraadadministratie en de camerabeelden waren onvoldoende specifiek en belastend. De verdachte voerde aan dat het verplaatsen van apparatuur tot zijn normale werkzaamheden behoorde en dat de apparatuur niet altijd verpakt was. Ook was niet bewezen dat hij kennis had genomen van ontslag of opdracht tot inlevering van goederen.

Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de schuld niet was vastgesteld. Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal en verduistering wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002417-18
datum uitspraak: 10 juli 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑870687-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1 primair.hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2014 tot en met 4 februari 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) in/uit het pand [adres 2] (telkens) heeft weggenomen 16 servers en/of 96 harddisks en/of een hoeveelheid rack-materiaal, in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan "[benadeelde]", in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte;
1 subsidiair.Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 21 december 2014 tot en met 4 februari 2015 te Schiphol , gemeente Haarlemmermeer (telkens) opzettelijk 16 servers en/of 96 harddisks en/of een hoeveelheid rack-materiaal, in elk geval enig goed dat /die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan "[benadeelde], in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als (ict) medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
2.hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2015 tot en met 3 augustus 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een (blauwe) (Citroën C-3) personenauto en/of een (Samsung) (Galaxy S5) telefoontoestel en/of een (Dell M4700) laptop en/of een aantal sleutels en/of een badge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan "[benadeelde]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als (ICT-)medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1, primair en subsidiair
De aangifte wordt onvoldoende door andere bewijsmiddelen ondersteund, zodat niet vast is komen te staan dat de verdachte de goederen die zijn omschreven in de tenlastelegging uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij [benadeelde] onder zich had, noch dat hij zich deze goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend. Er is geen gedegen voorraadadministratie, die uitsluitsel zou kunnen geven over de vraag of de verdachte de vermiste goederen daadwerkelijk onder zich heeft gehouden. Ook de camerabeelden zijn onvoldoende specifiek en belastend voor de conclusie dat de verdachte zich de betreffende goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend dan wel deze heeft verduisterd. Op de beelden is te zien dat de verdachte met goederen in de weer is, maar het verplaatsen en in zijn auto laden van goederen behoorde tot zijn normale werkzaamheden. Dat de op de camerabeelden zichtbare goederen niet verpakt waren en lijken op de gepretendeerd vermiste goederen, maakt dit niet anders. De verdachte heeft gemotiveerd verklaard dat er met zakelijke apparatuur werd gewerkt en dat die apparatuur anders dan bij de consumentenmarkt niet altijd verpakt was. Dat de goederen op de beelden lijken op de vermiste goederen betekent niet dat het de vermiste goederen waren. Aldus is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 ten laste is gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2Uit het proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2019 opgemaakt door verbalisant [verbalisant] blijkt dat de aan de verdachte gezonden ontslagbrief van 5 maart 2015 ongeopend retour is gekomen. Hieruit kan niet worden afgeleid dat de verdachte van de inhoud kennis heeft genomen. Er is geen concrete aanwijzing dat hem op andere, rechtsgeldige wijze ontslag is aangezegd en is gesommeerd de goederen zoals opgenomen in de tenlastelegging in te leveren. De verdachte heeft weliswaar een afwachtende houding aangenomen en hij heeft mogelijk contact met de werkgever proberen te ontlopen, maar dat maakt niet dat hij zich de goederen hoe dan ook wederrechtelijk heeft toegeëigend.
Aldus is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 ten laste is gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 82.180,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.041,80. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.D.L. Nuis en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 juli 2020.
mrs. Römer en Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.