Uitspraak
mr. M.M.H. van Dooren, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
mr. M.M. Artsen
mr. P.B.J. van den Oord, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
mr. M.M. Artsen
mr. P.B.J. van den Oord, beiden kantoorhoudende te Den Haag.
1.Het verloop van het geding
om het onderzoek c.q. de onderzoeksperiode uit te breiden c.q. te bepalen dat het onderzoek ook omvat zaken tot datum van de OK-beschikking en/of zaken die zich nadien hebben voorgedaan met betrekking tot relevante handelingen/verweten gedragingen in de onderzoeksperiode.”