Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de na te noemen minderjarige [kind A] (hierna te noemen: [kind A] );
- de na te noemen minderjarige [kind B] (hierna te noemen: [kind B] ), (hierna gezamenlijk ook: de kinderen).
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de man tegen de weigering van omgang met zijn kinderen. De kinderen, inmiddels dertien jaar oud, hebben zeven jaar geen contact gehad met hun vader en uiten stellig hun wens geen omgang te hebben. De moeder betwist het verzoek en is niet bereid tot medewerking aan begeleide omgang.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht twee rapporten uit: in 2016 adviseerde zij geen omgang vanwege zorgen over het functioneren van de vader en de onmogelijkheid tot een onbelaste omgang; in 2019 adviseerde zij begeleide omgang vanwege positieve ontwikkelingen bij de vader, maar erkende het dilemma gezien de weerstand van de kinderen.
Het hof constateert een ernstig verstoorde relatie tussen ouders, een verleden van huiselijk geweld en een contactverbod tegen de vader. Het forceren van omgang wordt als schadelijk en contraproductief voor de kinderen beoordeeld. De moeder is onmachtig het contact te stimuleren en weigert medewerking aan hulpverlening.
Gelet op het belang van stabiliteit en het zwaarwegende belang van de kinderen wijst het hof het verzoek tot omgang af en bekrachtigt de bestreden beschikking. De vader blijft echter gehouden aan zijn informatieverplichting jegens de kinderen conform artikel 1:377b BW.
Uitkomst: Het verzoek tot omgangsregeling tussen de vader en de kinderen wordt afgewezen vanwege zwaarwegende belangen van de kinderen.